Misschien moet ik eerst een mijn verhaal inleiden. Tijdens een oudejaarsavond een aantal jaren geleden, kwam het gesprek op muziek wat je bij onze begrafenis zouden draaien. Aanvullend daarop kwam Marcel met de wens dat ik dan tijdens zijn begrafenis ook een toespraak moest houden. Ik heb toen gelijk gezegd dat ik dat niet van plan was. Als alternatief gaf Marcel toen aan dat dat dan maar tijdens zijn afscheid bij de brandweer moest gebeuren. Die oudejaarsavond was dus al een aantal jaren geleden, en in de tussentijd gaf Marcel al een aantal keren aan dat hij bij het korps ging vertrekken. Ondertussen was ik al begonnen met schrijven van dit, wat ik dus een aantal keren heb moeten aanpassen omdat het niet meer actueel bleek te zijn.…want Marcel bleef zijn vertrek maar steeds uitstellen.
Over Marcel valt op zich niet zo heel veel te vertellen, dus ik hou het kort…..
Voor diegene die mij niet kennen. Ik ben John Baart en heb hier een enige tijd op de kazerne rondgelopen…maar heb het korps inmiddels een jaar of 10 geleden verlaten.
Dus…
Beste
familie, collega’s en vrienden van marcel….Lieve Angela.
De familie stelt het zeer op prijs dat u aanwezig kunt zijn bij het afscheid
van Marcel van Westendorp. Marcel heeft gemeend de brandweer, op een leeftijd
van 50 jaar, veel te jong nog…te moeten verlaten.
Graag blik ik met jullie terug , op de carrière van onze collega… maar bovenal…onze vriend Marcel…wat zullen we hem vreselijk gaan we missen..
Ik herinner mij Marcel nog als lid van de jeugdbrandweer. Marcel had de leeftijd van 18 jaar bereikt en mocht toen worden toegelaten bij de vrijwillige brandweer. Ik was toen secretaris bij de Vereniging, en de vereniging regelde alle zaken, dus ook de brandweerzaken zelf…Ik was dus verantwoordelijk voor de aanvragen van aanstellingen, bevorderingen en keuringen. Wij kenden inmiddels Hans van Westendorp al een paar jaar..en dat was al genoeg redenen van bestuursleden om de wenkbrauwen te fronzen. Helaas konden we op dat moment geen gegronde argumenten verzinnen om het lidmaatschap van Marcel te weigeren. We hebben er nog een aantal bestuursvergaderingen aan besteed, maar konden niet anders om ook voor Marcel een keuring aan te vragen.
Marcel werd naar de keuringsarts, Dokter Tie, gestuurd en werd door hem grondig…en dan bedoel ik ook echt grondig onderzocht….dat kon je namelijk wel door dokter Tie overlaten. Op wat kleine minpuntjes na..althans volgens de kundigheid en liefhebberij van dokter Tie…werd Marcel goedgekeurd en kon zijn opleiding beginnen.
Ook toen al werd gezocht naar een nieuwe manier om beginnend personeel op te leiden…en werd nieuw personeel voorzien van een wit bouwhelmpje..om vooral aan de rest van Zuilen te laten zien …dat deze jongens ECHT NOG NIETS konden.
En zo stond Marcel, met zijn witte helmpje bij zijn eerste en gelijk grote brand, aan de Jacob Simon de Rijckstraat, wat toen nog gewoon tot ons verzorgingsgebied behoorde. In een vroege ochtend in juni 1985 was daar een brand in een woning ontstaan en bij aankomst van de eerste voertuigen (Zuilen beschikte toen over 4 blusvoertuigen en ongeveer 60 brandwachten) sloegen de vlammen van beneden tot boven uit het pand. Marcel mocht samen met nog een aantal aspiranten onder leiding van Herman Donker (als ik het me goed kan herinneren) met de 507 naar het brandadres komen om daar wat hand en spantdiensten te komen verrichten. Toen Marcel aankwam, was het een beweging van jewelste..Uit alle hoeken en gaten kwamen de vlammen uit het pand en zag Marcel hoe lenig zijn collega’s wel niet waren. Figuren zoals Jelle Mulder en Rob Janssen konden, ondanks hun lengte en omvang, zelfs door de kleinste raampjes naar buiten klimmen. Marcel zag hoe ze balancerend in de dakgoot naar een naastgelegen pand liepen. Ook waren ze bijzonder flexibel, want Marcel zag ook hoe hij voorbij werd gerend door een brandweerman, Gerard Verbrugge, met een pitbull aan zijn broekspijp, terwijl deze onverstoorbaar doorging met het opbouwen van de waterwinning. En na de brand gooide we onze vieze natte kleren, gewoon weer achter in de auto…om de volgende keer weer te gebruiken. Dit soort verhalen had zijn vader hem thuis nog nooit verteld… Zijn vader vertelde hem alleen maar verhalen dat hij oude auto’s kon ombouwen tot duikauto…maar dit waren pas echte helden voor Marcel! en vanaf dat moment wist hij het zeker!…dit wilde hij ook.!
Ik herinner
me Marcel, eigenlijk zoals Dennis nu is, alleen dan gekleed in een ruitjesbroek
en voorzien van een veel te grote bril. Het was echt een jochie nog…kon ook nog
niet zo goed tegen bier. Hij had ook nog niet in militaire dienst gezeten zoals
de meeste van ons wel hadden gedaan…en moest nog een hoop leren over het
leven…Daarin wilden wij, de vrienden van
Marcel, hem dus wel in ondersteunen…Ik hoor Ria, de moeder van Marcel, nog
zeggen…”die jongens hebben je leren drinken…als ze je maar niet leren roken”…en
dat terwijl een echte brandweerman juist altijd hoort te roken,
ja.. want anders zie je de brand namelijk niet van dichtbij genoeg.
Marcel werkte bij Fokker…de vliegtuigbouwer…Dan denk je gelijk aan hypermoderne technieken en zo. We waren dus zeer geïnteresseerd, toen Marcel ons, zijn vrienden, uitnodigde om eens op de fabriek te komen kijken. We liepen met veel ontzag te kijken naar al die machtige vliegmachines die daar op Schiphol ten toon gesteld stonden. Tot Marcel vol trots de deur van zijn werkplek in het vliegtuig open trok. “Deze installeer ik” zei hij trots…terwijl hij wees naar de poepdoos in het toestel…en wij weer een illusie armer weer naar huis gingen.
Werken bij Fokker was een droom voor Marcel. En het was ook die werkgever die Marcel uitzond naar Canada om daar aan vliegtuigen te sleutelen. Afgesproken was, dat ik hem van Schiphol zou ophalen als hij na weken werken, weer terug op Nederlandse bodem zou komen. Maar ja…we waren allemaal brandweerman…..en een grote brand laat je natuurlijk niet zomaar schieten. En zeker niet als dat een grote bandenfabriek in Utrecht was. Een brand die zo groot was, dat zelfs de piloot in het vliegtuig zijn passagiers er op wees..Marcel had het dus kunnen weten. Gelukkig had ik mijn vader bereid gevonden om Marcel van het vliegveld op te halen. Probleem was echter dat mijn vader nog nooit kennis had gemaakt met Marcel ….en Marcel niet wist dat niet ik, maar mijn vader hem zou komen halen..Gevolg was dat mijn vader en Marcel bijna een uur elkaar aan hebben staan kijken, totdat Marcel ineens op het bordje keek wat die man in zijn handen had…wat volgde was een angstige rit naar huis.
Met het heengaan van Marcel, verliezen we ook het laatste actieve lid welke nog gediend heeft op de oude post Noord, welke gevestigd was in de voormalige borstelfabriek. Hoewel het korps broodnodig naar een nieuwe kazerne verlangde, was de sfeer niet te vergelijken met de huidige kazerne. Ondanks dat we bij regenbuien uit moesten kijken dat we niet over de emmertjes struikelden die het regenwater opvingen, was het toch altijd oergezellig op deze post. In tegenstelling tot de flesjes van tegenwoordig, kwam het bier gewoon uit de tap en werden bestellingen niet per glas, maar per meter gedaan. Ik werd door Marcel nog wel eens ‘arrogant’ genoemd….en noemde hij Bart nog wel eens ‘hufter’…..maar ik weet dat één daarvan in ieder geval niet juist is.
Kortom….Marcel begon steeds meer praatjes te krijgen en durfde het zelfs aan om aan Angela verkering te vragen..Het huisje boompje beestje begon en het was gebruikelijk dat het hele team brandweermannen dan even kwam assisteren. Zo ook voor het eerste huisje wat Marcel en Angela betrokken aan de Vechtplantsoen. Aan die locatie hadden wij als brandweerteam nog mooie herinneringen. Niet zozeer omdat Marcel en Angela daar woonden, maar omdat op de bovenste verdieping van de flat nog een geweldige brand heeft gewoed, doordat er een droger in de brand was gevlogen die de flat volledig in as legde. Het gevolg was dat een collega tijdens het aanrijden naar de kazerne op de Munck Keijzerbrug al danig onder de indruk was van de brand en plots vergat dat er een lichte knik daar in de weg zit, daar waar je net over de brug bent. Het gevolg was… voertuig op een verkeerslicht…bestuurder er naast op de grond….
Maar we waren er nog niet.
De ‘hufter’ reed als chauffeur op het eerste voertuig en hield zoals
gebruikelijk met één hand de bevelvoerder vast en hielp hem met het omhangen
van zijn ademlucht en de andere hand was voor het stuur. Nadat er eerst een
collega, Edwin van Keulen..uitgerust met een verbandtrommeltje uit de auto werd
gegooid om de gewonde collega bij het verkeerslicht te verzorgen, vervolgde de
reis zich naar het Vechtplantsoen. Tot verdriet van alle auto-eigenaren werden
ondertussen ALLE spiegels van de aldaar geparkeerde auto’s afgereden, omdat het
plantsoen niet berekend was voor de omvang van Bart…..ik bedoel Bart’s voertuig.
Helaas we zijn er nog steeds niet…
De tweede tankautospuit was inmiddels aanrijdend en werd door de bevelvoerder van het eerste voertuig gewaarschuwd dat de weg voor onze TAS’sen te smal was en dat er een alternatieve route moest worden gekozen…. voor een brand die inmiddels uitslaand was .
Chauffeur de Vries, van het tweede voertuig dacht daar slim op in te springen en stuurde zijn voertuig behendig zoals hij altijd was… het grasveld in welke is aangelegd tussen de woningen van het Vechtplantsoen en de Vecht. Helaas voor hem had het even daarvoor geregend en zat hij, na het kort omploegen van het gehele, maar dan bedoel ik ook het GEHELE veld, tot aan zijn assen vast. Gelukkig wel zonder ook maar één spiegeltje geraakt te hebben, dat dan weer wel.
De term ‘Wet van Murphy’ moet daar ontstaan zijn. Het slagveld was enorm, maar gelukkig waren er geen slachtoffers..
Mocht iemand daarna roepen dat de oefenavond qua scenario weer driftig overdreven was, konden we dat direct met voorbeelden onderuit halen.
Maar goed…Marcel en Angela startte daar hun gezinnetje en ik zie Marcel een aantal jaren daarna nog binnenkomen op de kazerne…. met een grote grijns en al schreeuwend ‘Ik heb een zoon’ een lel aan de bel boven de bar geven. Stephan was geboren. Een paar jaar erna herhaalde zich dat nog een keer, want toen werd ook Dennis geboren.
Dennis….die het nu zonder vader moet gaan zien te redden….want zijn plek in de auto blijft voortaan leeg.
Want medio 2018 kwam daar het bericht waarvan iedereen wist dat het zou komen, maar wat ons tóch nog overviel . Het leven zou nooit meer hetzelfde zijn. Al die jaren hebben wij zoveel steun aan hem gehad, heeft hij ons door moeilijke tijden geholpen….was hij daar als onze rots in de branding. Na zijn vertrek zou een team nooit meer een team kunnen zijn en waren we hopeloos op zoek naar iemand die in zijn schaduw…. het gevallen gat zou kunnen opvullen. Edwin Evers ging namelijk vertrekken bij radio 538!
In dezelfde periode meldde Marcel voor de zoveelste keer dat hij de brandweer nu echt ging verlaten. Ditkeer bleek het dan echt waar te zijn.
Ik snap dat wel hoor…de brandweer van tegenwoordig is toch niet meer wat het geweest is. Iedere keer schone kleren aan na een brandje, er mag niet meer bij het spoor gelopen worden, mag niets meer te zwaar zijn want dan gaan de spiertjes misschien wel zeer doen…waar zijn de mannen van vroeger gebleven?
Toen gebruikten we pas ademlucht als je niet meer kon zien door de tranen in je ogen. Die toestellen wogen toen alleen al 25 kilo, dus die gebruikte je sowieso al liever niet. Schoof je helm ook iedere keer voor je ogen als je bukte, want hij paste voor geen meter, maar zag er wel stoer uit… Was veel asbest op en in je pak alleen maar goed…want dat vloog je pak niet in de fik. Had je blaren op je poten omdat je laarzen altijd te groot waren en nooit waterdicht. En heel heel vroeger…hadden ze alleen maar een leren jas en een hele grote snor….dat waren pas echt bikkels! Het korps kon wel vijf voertuigen met ts6 bezetten en een officier leverde we ook nog eens zelf. En had je al ademlucht of diesel gebruikt, reed je vervolgens naar de andere kant van de stad om die weer bij te vullen…want de beroepscollega’s hadden geen tijd om dat te komen brengen…die waren veeeel te druk.
Maar ja…dat was vroeger
Vroeger hadden we ook ‘open dagen’ bij de brandweer. Dan nam Marcel het publiek mee met een hoogwerker die hij had geregeld. Hij wist er altijd wel iets spectaculairs van te maken. Had hij voor die bezoekers geregeld dat ze met de hoogwerker omhoog konden en met de ladderwagen weer naar beneden….en als beloning kregen ze bloemen. Dat had hij toch maar weer goed geregeld. Hij moest dan wel eerst de korf van de hoogwerker flink laten kantelen voordat ze op de ladderwagen konden stappen. De ladderwagen kwam overigens ook nog eens wat later, dus wij vonden het ook allemaal best wel spannend wat Marcel steeds aan het organiseren was.
Vroeger gingen wij samen naar diverse brandweercursussen, samen naar brandweerwedstrijden, waar we samen steevast laatste werden, samen op vakantie, samen vertellen dat we het er niet mee eens waren, samen op de blaren zitten als iedereen vertrok, maar samen de boel weer opbouwen en nu dus samen de kist euh casus sluiten..
Ik ken Marcel nu zo’n 35 jaar en in die tijd hebben samen veel meegemaakt. Van grote verbazing tot enorme lol, van een huis vol met ruzie tot samen feest vieren. We hebben elkaar niet altijd gespaard en waren het niet altijd met elkaar eens, hebben elkaar ook nog wel eens vervloekt. We waren echter wel altijd oprecht naar elkaar, waardoor het altijd afsloten werd met een lach en een biertje. ..en zo hoort het! We hebben mensen zien komen en mensen zien gaan….en soms elkaar afgevraagd wat ze bij de brandweer zochten. Maar nu is het tijd voor Marcel om te gaan. Wat zocht je hier dan ook?
Welkom bij de oudleden en bij ons geldt ‘Niemand verlaat de familie brandweer!’
En vergeet niet…
Er is leven…er is leven ….na de dood..Amen
EN TOEN…EN TOEN…hoorde ik …nadat ik dit stukje al in januari van dit jaar geschreven had….dat niet alleen hij ….maar ook Alfred van Amerongen onze wereld heeft verlaten. En ook over Alfred is natuurlijk een hoop te vertellen. Hij woonde tenslotte jaren tegenover me…en keek ik bij hem altijd de woonkamer binnen…dus ik weet een hoop! Ik kan je gerust stellen….ik zal niet alles vertellen.
Alfred kwam jaren geleden in de Fokkerstraat wonen, wat toen een echte brandweerstraat was. Zo woonden buiten Alfred en ikzelf, ook Hans van Woudenberg, Patrick Kalverboer en een straat verderop Michel Ritmeester, Marcel van de Brink en Rob Danvers. Echt een buurtje waarvoor je de doorsteek op de Bernhardlaan voor zou laten verwijderen.
Alfred keek zo tegen al die stoere mannen op….zo wilde hij ook wel worden…en zo meldde hij zich ook bij de brandweer aan….althans…Marjan kwam vragen of Alfred ook niet bij de brandweer mocht….en wij namen hem op maandagavond sleeptouw. Alfred werd al snel in de groep opgenomen. Een handige bijkomstigheid als je allemaal bij elkaar woont is het feit dat je samen kunt rijden. Bij uitrukken sprongen we dan ook bij elkaar in de auto..zo hoefde er maar eentje van ons te rijden.
Alfred had
toen een donker kleurige audi, waaraan hij regelmatig wat mankementjes had.
Zodoende reed hij in die tijd ook nog wel eens in een andere auto.
Ik weet nog goed dat wij rond een uurtje of drie in de nacht een alarmering
kregen. Volledig slaperig nog rende ik
naar buiten, waar ik de auto al klaar zag staan. Vlug stapte ik in, zodat we
gelijk konden vertrekken. Maar in plaats
dat we met piepende banden richting de kazerne konden rijden, werd de auto
geparkeerd en ging de motor uit. Pas op dat moment keek ik naast mij. Tot mijn
schrik zat daar niet Alfred, maar een even verbaasde buurman van een paar
huizen verderop. Ik was niet in de auto van Alfred gestapt …maar in de auto van
een toevallig thuiskomende buurman , die
zachtjes vloekend afvroeg waar ik ’s
nachts om drie uur nog naartoe zou willen. Waar Alfred was….ik heb nog steeds
geen idee?!
Meerijden
met Alfred was overigens altijd spannend.
Ook tijdens een nachtelijke uitruk reden Alfred en ik de straat uit, onderweg
naar de kazerne. Aan het eind van de straat (toen de doorsteek er nog was) moest
je altijd links kijken of er geen verkeer kwam….toen we ineens werden verrast
door een fietser die met hoge snelheid vanaf rechts over de stoep kwam aansjezen.
De fietser had de bus van Alfred onmogelijke kunnen ontwijken en ik zag het
gezicht van de fietser tegen het raampje van de bijrijderkant plakken en langzaam naar beneden afzakken. Hoewel dit
het gezicht van de fietser op een lachwekkende manier vervormde, kon ik het
herkennen als het gezicht van Kim van Wageningen, die ook onderweg was naar de
kazerne. Helaas herkende ik ook de fiets waarop Kim reed…dat was namelijk mijn
fiets…waardoor het lachen mij snel verging.
Alfred wist altijd handig gebruik te maken van al die mankracht bij de brandweer. Ook toen hij in de Fokkerstraat bezig was met een dakkapel. Net toen het dak helemaal open lag, barstte er een wolkbreuk los die zijn weerga niet kende. Alfred dacht even Zuilen in te schakelen die toch al op de weg zat. Ondertussen probeerden hij de schade zoveel mogelijk te beperken door een zeil te spannen over het gat in het dak. Toen hij zich begon af te vragen waar al die vrienden van de brandweer toch bleven, keken hij eens de tuin in. Daar zag hij alle vrienden van de brandweer! Het was inmiddels weer droog geworden, en alle heren zaten allemaal gezellig aan de, door Marian geserveerde koffie.
Ook Alfred heeft inmiddels met Lois een nieuwe generatie ingebracht bij het korps en maakt de zelfde overstap naar de oudleden als Marcel.
Het is bijzonder om te zien dat het korps zo met onze gezinnen is verbonden. Wat bijzonder om te zien dat meerdere generaties zich betrokken voelen bij deze brandweer. Met het vertrek van Alfred en Marcel kun je in dit geval kun je dus in plaats van Er is leven …er is leven …na de dood … ookzeggen….De Koning is dood…lang leve de Koning!
Leuk gedaan John, Bedankt!!!
Het moest nou eenmaal…😉